logo-knooppuntkerkenenarmoedespacer-100x5Knooppunt Kerken en Armoede

  • 4-slide
  • 8-slide
  • 1-slide
  • 3-sliide
  • 5-slide
  • 2-slide
  • 7-slide

Samen tegen armoede – hoofdstuk 1

Armoede in Nederland

Deze handreiking gaat vooral over wat je vanuit de plaatselijke kerkelijke gemeenschap kunt ondernemen als je iets wilt doen tegen armoede in Nederland. Toch willen we eerst ook een beeld schetsen van wat armoede in Nederland betekent. Daarmee krijgen de lezers achtergronden aangereikt en plaatsen we de ondersteuning van mensen aan de arme kant van Nederland in een kader. Cijfers kunnen snel verouderen; deze tekst gaat uit van de meest recent beschikbare informatie in 2017.

Wat is armoede in Nederland?

Mensen leven in armoede, als zij over onvoldoende middelen beschikken om op een manier te leven die in de eigen samenleving en cultuur als minimaal aanvaardbaar wordt beschouwd. Het is dus een relatief begrip.

Veel gezichten

Mensen die in armoede leven vormen geen homogene groep. Je treft er mensen aan die van een uitkering moeten leven, soms al jarenlang. Daarnaast groeit het aandeel werkende armen gestaag en maakt nu al de helft uit. Daaronder vallen zowel werkenden in loondienst als kleine zelfstandigen en zzp’ers. Armoede is niet altijd een kwestie van een laag inkomen. Door hoge lasten en schulden kan er soms weinig van het inkomen overblijven. Je vindt onder de armen veel werklozen en gescheiden vrouwen met kinderen. Ook zie je relatief veel niet-westerse migranten met minderjarige kinderen. Je komt ook een groep Nederlanders tegen, die niet mee kan komen in de steeds complexer wordende samenleving en moeilijk kan omgaan met geld. En er is een groep met psychiatrische problemen of een verstandelijke beperking. Tenslotte is er in sommige families al generaties-lang sprake van armoede, de zogenoemde Vierde Wereld.

Oorzaken

Mensen kunnen op veel manieren in armoede geraken. Je kunt denken aan persoonlijke tegenslagen: ziekte, scheiding, verlies van baan, verkeersongeluk, lichamelijke of verstandelijke beperking, overlijden van de partner; of aan onverantwoordelijk gedrag als gokken of andere verslavingen, teveel uitgeven of luiheid.

Maar er wordt te vaak gewezen op individuele oorzaken en individuele eigenschappen van armen. Daarmee krijgen ook individuele schuld en oplossingen gericht op individuen veel nadruk. Armoede heeft echter ook maatschappelijke en economische oorzaken. Je kunt dan denken aan structurele veranderingen op de arbeidsmarkt. Steeds meer mensen hebben tijdelijke contracten, werken op oproepbasis of worden gedwongen zzp’er (voorbeelden: de bouw, de zorg, de postbezorging). Door de digitalisering verdwijnen veel banen, in de financiële dienstverlening en de detailhandel. Er is veel bezuinigd in de sociale zekerheid en de zorg. Daarbij wordt er een groter beroep gedaan op de zelfredzaamheid. Het sociaal minimum is voor veel groepen te laag om van te leven. Met allerlei toeslagen en uitkeringen via verschillende stelsels moet dat worden aangevuld. Van arme mensen worden steeds meer bureaucratische, sociale en digitale vaardigheden gevraagd om in dit ingewikkelde systeem van toeslagen en regelingen de weg te vinden.

Gevolgen

Armoede heeft schadelijke gevolgen voor zowel het individu, het gezin als de samenleving.

Voor het individu kan armoede leiden tot betalingsachterstanden, psychische en lichamelijke gezondheidsproblemen, gevoelens van schaamte en vernedering, eenzaamheid en sociaal isolement. Gezinnen krijgen te kampen met problemen rond opvoeding, gezondheid en welzijn. Leven in armoede vermindert het gevoel van eigenwaarde en beperkt het meedoen in de samenleving. Je wereld krimpt en armoede betekent dan ook vaak sociale uitsluiting.

Voor de samenleving als geheel leidt armoede tot een financieel minder gezonde bevolking, meer huisuitzettingen en boedelverkopen, meer maatschappelijke opvang en hogere uitkeringskosten.

Armoede en gedrag

Dagelijkse geldzorgen leiden tot stress die ervoor zorgt dat informatie minder goed verwerkt wordt. Deze situatie leidt tot een korte-termijn-focus. Afwegingen voor de langere termijn worden niet meegenomen in beslissingen: het feit dat geld lenen uiteindelijk meer geld kost dan het nu oplevert, wordt vergeten omdat het probleem van het hier en nu moet worden opgelost. De blikvernauwing maakt het ook moeilijker om vast te houden aan plannen voor de langere termijn of om verleidingen te weerstaan. Dat leidt tot ogenschijnlijk ‘domme’ of onverstandige beslissingen, zoals het uitgeven van het vakantiegeld aan een grote televisie, of het kopen van mooie schoenen omdat je dochter die zo graag wil, in plaats van het aflossen van een schuld.

Kinderen uit gezinnen met chronisch geldgebrek zijn op latere leeftijd vaak minder goed in staat om doelen en prioriteiten te stellen. Armoede leidt tot de paradoxale situatie, dat de functies die je zo hard nodig hebt om uit de schulden te komen of om te gaan met armoede juist minder ter beschikking staan.

Omvang van de armoede

Statistische gegevens komen altijd pas twee jaar later beschikbaar en veranderen snel. Daarom zijn we hier zuinig met gegevens over de omvang van de armoede in Nederland.

De economische crisis die in 2008 begon, heeft geleid tot een stijging van de armoedecijfers, ongeacht de armoedegrens die je hanteert. Het Centraal Bureau voor de Statistiek werkt met twee criteria voor armoede: het ‘niet-veel-maar toereikendcriterium’ en de ‘basisbehoeftengrens’. Volgens de eerste steeg het aantal mensen, dat in armoede leefde, van 870.000 in 2008 (5,6%) tot ruim 1,25 miljoen in 2013 (7,9%). Eenzelfde tendens liet de striktere basisbehoeftengrens zien: van 600.000 (4%) naar bijna 850.000 (ruim 5%). Toen was de top bereikt. In 2014 daalde de armoede licht, naar resp. 1,2 miljoen (7,6%) en ruim 810.000 (5,1%). Van latere jaren zijn nog geen cijfers bekend, maar naar verwachting daalt de armoede verder naar 1,1 miljoen (7,0%) in 2016 (Armoede in kaart, 2016).

Langdurige armoede

Lang niet iedereen blijft structureel in de armoede. Sommigen raken in armoede, anderen kunnen hun positie verbeteren en stromen weer uit. Vaak komt dat door het vinden van een betaalde baan. Maar een baan helpt mensen niet automatisch uit de armoede. Vaak gaat het om tijdelijke, laagbetaalde functies in deeltijd. Twintig procent van de mensen die uit de bijstand raken, moeten binnen het jaar weer een uitkering aanvragen.

Terwijl de armoedecijfers langzaam dalen, neemt het aantal mensen dat al meer dan drie jaar van een uitkering moet leven toe. Het gaat nu al om 55% van het aantal armen. Bij huishoudens met kinderen, werkenden en niet-westerse migranten is de stijging het grootst. En hoe langer mensen een uitkering hebben, hoe moeilijker het is om uit de armoede te komen.

Armoede en schulden

Het aantal mensen met problematische schulden en het aantal trajecten van schuldhulpverlening zijn in de afgelopen jaren gestegen. Zo steeg het aantal mensen dat zich voor schuldhulpverlening aanmeldde bij een NVVK-lid (Kredietbank) van 44.100 in 2010 naar 90.400 in 2015. Hun gemiddelde schuld bedroeg € 42.900,- bij gemiddeld 14 schuldeisers. Dat is het topje van de ijsberg. Naar schatting heeft een half miljoen huishoudens problematische schulden. Dit betekent dat zij niet op eigen kracht hun schulden kunnen oplossen.

Het leven is duur in Nederland. Met een minimuminkomen of uitkering is het een opgave om de touwtjes aan elkaar te knopen. Maar er zijn meer zaken die een rol spelen bij schulden. Want ook mensen die een hoger inkomen hebben kunnen problematische schulden krijgen en zo in armoede raken. Veel mensen hebben geen overzicht over hun maandelijkse uitgaven. Ruim een derde heeft geen of nauwelijks spaargeld. Veel mensen hebben niet geleerd hoe zij tijdig de bakens kunnen verzetten of hebben daarvoor eenvoudig een te laag inkomen. Bij een vermindering van het inkomen, om wat voor reden dan ook, lopen zij financieel vast. Als de stapel onbetaalde rekeningen groeit, grijpen ze uit onmacht niet in. Uit schaamte vragen ze pas hulp bij hun financiën als het te laat is.

Armoede en kinderen

In 2014 leefden in Nederland 378.000 kinderen in armoede, volgens het niet-veel-maar-toereikendcriterium. Dat is één op de negen kinderen. Kinderen uit eenoudergezinnen hebben meer kans op armoede dan kinderen die bij twee ouders wonen. Hoe meer kinderen er zijn, hoe meer kans er is op armoede.

Op de korte termijn leidt armoede voor deze kinderen tot minder welbevinden en meer sociale uitsluiting. Op de middellange termijn verslechteren vaak de schoolprestaties en kunnen de kinderen probleemgedrag vertonen. Op de lange termijn lopen zij als volwassenen een verhoogde kans op armoede en sociale uitsluiting.

Armoede is niet gelijkelijk over de levensloop verdeeld. Uit het rapport ‘Armoede in kaart’ blijkt dat de armoede het hoogst is onder (ouders van) jonge kinderen en eenoudergezinnen, en minder wordt met het toenemen van de leeftijd. Hoewel er een groep blijft met weinig of geen pensioen of met een pensioengat, waar wel schrijnende armoede zit, is tussen 2001 en 2014 de kans op armoede onder ouderen gemiddeld gedaald. De kans op armoede onder kinderen is juist gestegen.

Armoede en gezondheid

Gezondheid en armoede hangen sterk met elkaar samen. Arme mensen hebben een grotere kans op gezondheidsproblemen. Door geldgebrek is er minder geld voor gezonde voeding, gaan mensen minder snel naar de dokter en is er minder geld voor bijvoorbeeld sporten. Schulden en armoede geven ook veel stress en veel stress leidt vaak tot gezondheidsklachten.

Andersom geldt de relatie ook. Mensen met gezondheidsproblemen komen vaak voor flinke uitgaven te staan, waardoor ze in financiële problemen kunnen komen. Mensen uit een huishouden met een inkomen onder de armoedegrens leven gemiddeld ongeveer 5 jaar korter dan mensen met een hoger inkomen. Het verschil in gezonde levensjaren bedraagt zelfs 14 jaar.

Waar wonen de armen?

De armoede is ongelijk verdeeld over het land.

De drie grote steden (Amsterdam, Rotterdam en Den Haag) hebben de hoogste armoedepercentages; 5 tot 7% meer dan het landelijk gemiddelde. Van alle armen woonden bijna twee op de tien in de drie grote steden. De hoge armoede in deze steden hangt samen met het relatief grote aantal inwoners dat werkloos is of slecht betaald werk doet, en met de grote groep inwoners van niet-westerse afkomst. In de noordelijke provincies, Twente en Zuid-Limburg zijn ook veel gemeenten met meer armen dan gemiddeld.

>> Door naar hoofdstuk 2 >>

Naar startpagina handreiking ‘Samen tegen armoede’.