logo-knooppuntkerkenenarmoedespacer-100x5Knooppunt Kerken en Armoede

  • 8-slide
  • 4-slide
  • 1-slide
  • 7-slide
  • 3-sliide
  • 5-slide
  • 2-slide

Derde diaconaal handboek gepresenteerd

Diaconaal doen doordacht

De redactie van het ‘Handboek diaconiewetenschap’ mocht op vrijdag 2 februari 2018 een oecumenische diaconale studiekring van honderd mensen verwelkomen bij de presentatie van het derde deel in de serie handboeken. De aankondiging van ‘Diaconaal doen doordacht’ had heel wat mensen op de been gebracht.

Lútzen Miedema haalde namens de redactie de geschiedenis van drie handboeken terug. Het gaat om ‘Barmhartigheid en gerechtigheid’ (2004 en herdruk 2005), ‘Diaconie in Beweging’ (2012) en ‘Diaconaal doen doordacht’ (2018).

Drie handboeken

Lútzen Miedema

Lútzen Miedema

“De drie boeken gaan over ‘diaconie / diaconaat’ en daarbij gelden twee veronderstellingen. Ten eerste dat diaconaat een breed (werk)terrein beslaat. Het werk volgt de gangen en krochten van de samenleving. Deze is altijd weer anders. Ten tweede dat in de diaconale praktijk de kern van kerk en christen zijn op het spel staat. Hier spreekt hun hart. Diaconie geeft je identiteit weer, als ‘legitimatie-bewijs’ van levend geloof. Klopt dit, dan kun je niet ‘diaconaal doen’. Je bent het.”
“Bij een wetenschappelijke reflectie op die praktijk komen vier vragen bij wijze van ‘prolegomena’ in beeld, en in alle drie boeken zijn die vragen gevolgd en uitgediept. Het gaat om ‘wat?’, ‘hoe?’, ‘waaruit?’ en ‘waarin?’.
Eerste vraag: Wat is diaconaat? Voor deze vraag staan diaconale werkers bijvoorbeeld wanneer zij beslissen over geld voor iemand of iets. Dan is de vraag: wat is het diaconale hier in deze context? Visie berust in de praktijk op keuzes. Antwoorden op deze vragen zijn in elk boek te vinden.
Tweede vraag: Wie diaconaal werk doet krijgt niet zelden het gevoel: ‘hoe ga ik om met de mens die mij op een of andere manier om hulp vraagt? Ik wil niet uit de hoogte doen, maar ik moet toch knopen doorhakken die mensen betreffen. Hoe stel ik me dan op?’ Beide vragen leven in de diaconale praktijk en in de drie boeken komen ze telkens terug.
Derde vraag: Van waaruit ontspringt diaconie? Wat zijn de bronnen? Wat leren ons de diaconale geschiedenis en tradities voor diaconaal geïnspireerd blijven? De drie boeken gaan uitvoerig in op deze vragen en onderzoeken ook nieuwe inzichten rond geschiedenis, bronnen en tradities.
Vierde vraag: In welke context worden diaconale praktijken verricht en vragen gesteld. In die context worden ook bronnen geïnterpreteerd, werk uitgevoerd, keuzes gemaakt. En dat context onderzoek komt telkens terug in de drie boeken.
Context én bronnen vergen verheldering ter wille van de praktijk die naar het ‘wat’ en het ‘hoe’ vraagt. De context verandert eindeloos (panta rei). De interpretatie van de geloofsbronnen schuift mee. Zo komen de vier vragen voortdurend aan bod in de diaconiewetenschap. En in de drie boeken zijn er telkens antwoorden gezocht en gevonden.”

Reflectie op de praktijk

Herman Noordegraaf en Jozef Wissink

Herman Noordegraaf en Jozef Wissink

Herman Noordegraaf gaf aan hoe de tien praktijkverhalen uit het boek geleid hebben tot een systematische doordenking. “Over de beschrijvingen is als het ware een raster gelegd met punten die van belang zijn voor het diaconale handelen. Voor dat handelen bestaat geen blauwdruk, maar er is aandacht nodig voor op zijn minst vier punten, die op hun beurt weer met elkaar in samenhang gebracht moeten worden. Zo komen we tot methodologische inzichten voor de diaconale praktijk.
a. Bewustzijn en analyse van de context: sociaaleconomisch, maatschappelijk, politiek, cultureel. Bij het denken over de diaconale betrokkenheid bij de zorg is het bijvoorbeeld van belang om te onderkennen welke verschuivingen zich voordoen en wat deze betekenen voor mensen die zorg behoeven.
b. Theologische gezichtspunten, zoals de waardigheid van de mens en de voorrang voor de armen.
c. De organisatie: een diaconie of een parochie, een met de kerk verbonden werkgroep of een stichting, de vrijwilligers en eventuele beroepskrachten en hun onderlinge verhouding, de verhouding tot niet-kerk gebonden organisaties en de overheid en zo is er meer te noemen.
d. Het diaconaal handelen: hoe is de relatie tussen de zogeheten hulpgevers en hulpontvangers en is er naast hulpverlening ook aandacht voor empowerment, pleitbezorging bij overheden en instanties, signalering en publiek debat.
Alle vier, zo is de stelling gedurende het boek, zijn van belang om tot een goede opzet van diaconaal handelen te komen: context, theologie, organisatie en handelen. Die analyses leveren inzichten op, die samen een aanzet vormen voor een methodologie van het diaconaat. Het boek is geen werkboek met directe hints en trucs en praktische aanwijzingen, maar levert inzichten in wat goed diaconaal handelen, laten en zijn is; wat er in goed diaconaal handelen allemaal komt kijken; waar je op moet letten, wil je handelen kritisch aansluiten bij wat er in onze samenleving gaande is en wat er aan geloof gaat omstaan in het diaconale handelen. Methodologie dus. Dat wil niet zeggen dat iedereen die aan de desbetreffende activiteit deelneemt, dit allemaal moet doorgronden, maar idealiter is het in het geheel van de bij de activiteit betrokkenen aanwezig.”

Verzoening

Jozef Wissink verhelderde hoe de redactie er toe gekomen is om naast barmhartigheid en gerechtigheid ook verzoening als dragende diaconale waarde aan te duiden. “Waar in de eerste twee boeken de redactie dacht, dat auteurs er wel op zouden ingaan, bleek bij nader inzien een leemte over. Daarom heeft de redactie in dit derde boek hier aan gewerkt. Het bleek een ingewikkelde exercitie te zijn: je moet de dialoog aangaan met de systematische theologie, de exegese, de godsdienstwetenschap om op het spoor te komen van wat er allemaal te pas komt rondom ‘verzoening’. Dat onderzoek alleen al zou tot een handboek op zich kunnen leiden. De redactie heeft een korte verkenning gemaakt en heeft twee dieptepeilingen gedaan rondom het werk van de Franse theoloog/filosoof René Girard en de vroeg overleden arbeidspastor Berthil Oosting, die allebei verrassende toegangen hebben gevonden tot waar het bij verzoening om gaat. Bij Girard gaat het om de ontmaskering van het gefoezel met het kwaad en het stoppen van het geweld. Om een diaconale verbindingslijn te noemen: wat de waarheidscommissie in Zuid-Afrika bedoelde en gedeeltelijk ook echt deed, ligt in de lijn van Girard. Berthil Oosting gaat in op de betekenis van Leviticus en het gebruik daarin van het Hebreeuwse woord kipper, dat ‘zoenoffer’ betekent. Het heeft te maken met de erfenis van Egypte, die Israël met zich meedraagt na de bevrijding ervan. In de woestijn vergelijkt Israël God met farao: in Egypte hadden we tenminste nog te eten. Dat betekent dat men God als het ware in het economisch model dringt. Kipper slaat erop, dat men aan deze systeemdwang ontsnapt, dat er een andere dimensie van de omgang met God geopend wordt en daarmee van het visioen van vrede en gerechtigheid.”
“Hoe werpt zo’n theologische benadering licht op een groot diaconaal thema en andersom? Neem bijvoorbeeld het diaconale thema: ‘helpen onder protest’. Het komt aan de orde bij een aantal van onze praktijkbeschrijvingen, maar heel uitdrukkelijk vooral bij de voedselbank. Je kunt als kritiek hebben, dat de voedselbank eraan meehelpt dat de afbraak van de sociale welzijnsstaat enigszins verzacht en zo helpt; ook dat het aanvaarden van de overschotten van de supermarkten het systeem van de overproductie bevestigt. Dat klopt in zekere zin ook. Tegelijk moeten er mensen geholpen worden in hun directe nood. De notie ‘helpen onder protest’ gaat in op de directe nood, omdat het moet, maar houdt tegelijk de dimensie van het uitzien naar echte gerechtigheid en een sociale samenleving open. Er moet een andere manier zijn, om met het recht der armen om te gaan.”

Diaconaal wetenschappelijk verantwoord

Sake Stoppels

Sake Stoppels

Sake Stoppels gaf vanuit de wetenschap een antwoord op de vraag of of dit derde handboek de diaconiewetenschap verder brengt. Zijn antwoord is zowel ja als nee.
“Eerst maar dat ja. Mooi is een grondstelling in het boek: diaconie is niet slechts uitvloeisel van geloof, maar ook een bron ervan. Of in woorden uit het boek zelf: “Diaconie wordt niet slechts bepaald vanuit de geloofsleer, maar geeft zelf ook toegang tot het geheim van Gods liefde en barmhartigheid. Wie de taaiheid en de vraag naar recht van armen ontmoet, krijgt kennis aan de kracht van de Geest.” (p.24) Dat is een even heilzame als noodzakelijke correctie op een theologisch denken, dat vooral van boven naar beneden denkt en primair vanuit de leer vertrekt. “Quod non est in doctrina non est in ecclesia”, schreef Paul Philippi al in 1963 en zo is het inderdaad vaak geweest: wat niet belangrijk is in de dogmatiek, doet er in de kerk uiteindelijk ook niet toe. Dit boek zet daar een dikke streep doorheen. Diaconie als vindplaats van theologie, diaconie ook als bron van geloofservaringen en van wat Fulbert Steffensky al weer lang geleden ‘vuile spiritualiteit’ noemde, spiritualiteit van de straat en de steeg en de slop. ‘Schone spiritualiteit’ moet het vooral hebben van wierook en kaarslicht, maar diaconale spiritualiteit leeft van de ontmoeting over gangbare grenzen heen.
Het sterke van het boek is ook dat het bestaande en vaak zeer herkenbare praktijken theologisch en sociaal-maatschappelijk doorlicht (p.24). Diaconie wordt vaak gezien als iets voor doeners, maar daarmee doen we haar tekort. Juist omdat diaconie zich vrijwel altijd voltrekt in situaties van ongelijkheid zul je stevig bedacht moeten zijn op al de valkuilen die daarmee gepaard gaan. Daarom is kritische reflectie zondermeer geboden. En daarom is de grondige theologische en sociaal-maatschappelijke evaluatie van tien praktijkverhalen verheugend. Ze helpen ons om diaconale presentie gezond te houden.”
“Als tweede ook een nee. Het boek richt zich “op studenten theologie en sociale wetenschappen aan hbo-opleidingen en universiteiten, op hen die als vrijwilliger of als beroepskracht diaconaal werk verrichten en op een brede kring van geïnteresseerden in de diaconale dimensie van ons geloof” (p. 17). De kritische vraag is of de auteurs zich echt hebben laten leiden door de doelgroep en dan met name studenten WO en HBO. In didactische zin is dat te weinig gebeurd. Het is te weinig een leerboek. Het zou beter op de onderwijsbehoefte hebben aangesloten als er van meet aan een didacticus had meegedaan, die mee gezocht had naar een heldere structurering en samenvatting vanuit de behoefte van studenten om diaconaal te leren. Zo is er voor de redactie nog wat werk te doen.”

Diaconaal praktisch herkenbaar

Hub Vossen

Hub Vossen

Hub Vossen gaf vanuit de praktijk in het Bisdom Roermond een reactie op de vraag of dit derde handboek de praktijk verder brengt. “De tien praktijk voorbeelden uit dit boek zijn in Limburg niet onbekend. Ze riepen op vele momenten herkenning op rondom de zoektochten en de opgedane pijnpunten. We leefden mee in de vreugdevolle momenten als projecten laten zien dat ze van betekenis zijn, ondanks dat de opstart van projecten vaak veel zweet en mogelijk ook tranen kost. De tien voorbeelden zijn misschien wat breedsprakig beschreven, maar het zijn mooie documenten die als voorbeeld kunnen dienen om nieuwe projecten over de streep te trekken. Het gaat daarbij om concrete leermomenten met een analyse van de situatie, methodische beschrijvingen en theologische overwegingen om te komen tot een hulpverlening of opzet van een project. Het is vanuit de ervaring in Limburg van belang om op te merken dat de voorbeelden over het algemeen vrij binnenkerkelijk zijn.”
“Kijkend naar de theologische doordenking kunnen we concluderen dat het een praktisch handboek is. Praktischer dan de voorgaande delen. Tegelijk kunnen die voorgaande delen niet weggedacht worden. Er wordt voortgebouwd op materiaal dat al beschreven is. Dit derde boek is daarmee ook meteen een verrijking voor ons werk, enerzijds door het bij elkaar zetten van enkele fundamentele uitgangspunten in deel een. Anderzijds gaat dit boek een stap verder in de gekozen methodologische verdieping; kijken en analyseren wat er in de praktijk gebeurd. Er worden inzichten en perspectieven aangereikt die ons verder kunnen helpen in het ontwikkelen van diaconale plannen vanuit het fundamentele gezichtspunt dat diaconie/diaconaat wezenlijk is voor het kerkzijn in onze samenleving.”

Verslagboek presentatie

Klik hier om een uitgebreid verslagboek van de presentatie van het handboek als pdf-document te downloaden.

Het boek

‘Diaconaal doen doordacht’ is bedoeld voor hen die beroepsmatig of wetenschappelijk diaconie (be)studeren, voor hen die actief werkzaam zijn in een diaconale functie en voor de bredere kring van diaconaal geïnteresseerden. De redactie bestaat uit drs. Hub Crijns, drs. Ellen Hogema, dr. Trinus Hoekstra, dr. Lútzen Miedema, dr. Herman Noordegraaf, Ploni Robbers-van Berkel, drs. Herman van Well, dr. Jozef Wissink en dr. Hanneke Arts-Honselaar (eindredactie).
Landelijk bureau DISK in samenwerking met Uitgeverij Kok, Utrecht, 2018, 288 pag., Isbn 978-90-435-2964-8, prijs € 34,99 (inclusief BTW en verzendkosten)

Bestellen

Prijs € 34,99 (inclusief BTW en verzendkosten).
Bestellen via info@disk-arbeidspastoraat.nl

Klik hier om meer te lezen over de inhoud van het boek.

Hub Crijns, oud-directeur landelijk bureau DISK en lid van de redactie handboek diaconiewetenschap.